BinnenkortNBS living labsRVO

Tijdelijke subsidieregeling NBS living labs

Kennis over Nature Based Solutions in living labs

Subsidie voor een kennisproject over de inzet van Nature Based Solutions in een living lab. Maximaal € 500.000 per project en ten hoogste 80% van de kosten; plafond € 3 miljoen. Eerste ronde 1 december 2026 t/m 4 maart 2027, op volgorde van binnenkomst.

Opent binnenkort
24
dagen tot opening
Opent op 1 december 2026
Eerste aanvraagronde
Bekijk alle deadlines
Actief beheerd door Twin-redactieBron: zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-30528.htmlUitgevoerd door RVO

Bèta: deze subsidiedatabase is nog in opbouw. Onze redactie controleert elke regeling, maar gegevens kunnen onvolledig of verouderd zijn. Raadpleeg de officiële publicatie voordat je een aanvraag indient.

In het kort

Wat is Tijdelijke subsidieregeling NBS living labs?

Tijdelijke regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, uitgevoerd door RVO, voor kennisprojecten over de inzet van Nature Based Solutions (NBS) in living labs: gebieden met een urgente of complexe ruimtelijke of maatschappelijke opgave. Aanvragers zijn ondernemingen, overige partijen (stichtingen, verenigingen, onderzoeksorganisaties) of een kennisteam; medeoverheden zijn uitgesloten. Subsidie minimaal € 150.000 en maximaal € 500.000. Onderdeel van NL2120 (Nationaal Groeifonds).

Max per aanvraag
€ 500k
Artikel 4, vierde lid: de subsidie voor een kennisproject bedraagt maximaal € 500.000.
Subsidie­percentage
80%
minimaal 20% eigen bijdrage
Doel & impact

Waarom bestaat deze regeling?

Onderzoek naar NBS en mogelijke opschaling daarvan stimuleren door een kennisproject te laten uitvoeren dat betrekking heeft op een of meer landschapstypen (artikel 2).

01
Kennis over NBS in de praktijk
Kennisprojecten beantwoorden fysisch-ecologische, sociaal-economische, institutionele en valorisatievragen over de inzet van Nature Based Solutions in een concreet living lab.
02
Opschaling van NBS
De regeling stimuleert onderzoek naar NBS en de mogelijke opschaling daarvan naar landschapsschaal, als onderdeel van het Nationaal Groeifondsprogramma NL2120.
03
Klimaatadaptatie, waterveiligheid en biodiversiteit
De kennisvragen gaan over opgaven als waterkwaliteit, waterveiligheid, bodemdaling en erosie, hitte en droogte, en achteruitgang van biodiversiteit.
Kom ik in aanmerking?

Voorwaarden

01
Kennisproject over NBS in een living lab
Beantwoording van een of meer kennisvragen over de inzet van NBS (artikel 1 en 3)
02
Steunbetuiging van een NBS-team
Consortium met ten minste een privaatrechtelijke en een publiekrechtelijke rechtspersoon (artikel 3 en 5, vierde lid, onder c)
03
Onderneming, overige partij of kennisteam
Medeoverheden en andere publiekrechtelijke rechtspersonen zijn uitgesloten; universiteiten en hogescholen niet (artikel 1)
04
Een van de zeven landschapstypen
Laagveengebied, kustgebieden, hoge zandgronden, bebouwd gebied, kust en rivieren, grote meren of overgangswateren (artikel 1 en 7, eerste lid, onder c)
05
Subsidie tussen € 150.000 en € 500.000
Lager dan € 150.000 leidt tot afwijzing (artikel 7, eerste lid, onder a; artikel 4, vierde lid)
06
Nog niet gestart en sluitende financiering
Werkzaamheden mogen niet zijn aangevangen voor indiening en de financiering moet aantoonbaar sluitend zijn (artikel 7, eerste lid, onder l en m)
07
Buitenlandse uitvoerder: substantiele vestiging in Nederland
Het living lab zelf mag buiten Nederland liggen (artikel 1, 5 en 7, eerste lid, onder f)
08
Maximaal twee toekenningen per landschapstype per ronde
Bij meer dan twee aanvragen op een dag bepaalt loting de afhandelvolgorde (artikel 7, eerste lid, onder d, en tweede lid)
Bedrijfsgrootte
Alle groottes
Micro< 10 fte
Small< 50 fte
Medium< 250 fte
Large≥ 250 fte
Thema’s
Experimentele ontwikkelingVeiligheid, defensie en weerbaarheidKlimaatadaptieve inrichtingMilieu, natuur en biodiversiteitIndustrieel onderzoekWaterveiligheidWaterkwaliteitBouw, vastgoed en ruimtelijke ontwikkelingOnderzoek, ontwikkeling en innovatie
Projectfase
OnderzoekOntwikkeling
Financieel

Wat krijg je?

80% van je subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 500k per aanvraag.

Subsidiepercentage
80%
Min per aanvraag
€ 150k
Max per aanvraag
€ 500k
Min eigen bijdrage
20%
Minimum per aanvraag
€ 150k · Artikel 7, eerste lid, onder a: de minister wijst de aanvraag af als de te verlenen subsidie voor een kennisproject minder bedraagt dan € 150.000.
Toelichting bij het maximum
Artikel 4, vierde lid: de subsidie voor een kennisproject bedraagt maximaal € 500.000.
Totaalbudget regeling
€ 3M · Artikel 6, eerste lid: subsidieplafond € 3 miljoen, bestaande uit € 2 miljoen voor de eerste aanvraagronde en € 1 miljoen voor de tweede aanvraagronde. Niet-uitgeputte middelen uit de eerste ronde worden toegevoegd aan het plafond voor de tweede ronde (artikel 6, derde lid).
Subsidieplafonds
Eerste aanvraagronde · € 2Mstcrt-2026-30528, artikel 6, eerste lid, onder a
Hele regeling · Op volgorde van binnenkomst · Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Aanvraagperiode 1 december 2026 09.00 uur tot en met 4 maart 2027 17.00 uur (artikel 5, tweede lid).
Tweede aanvraagronde · € 1Mstcrt-2026-30528, artikel 6, eerste lid, onder b
Hele regeling · Op volgorde van binnenkomst · Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Minimaal € 1 miljoen; niet-uitgeputte middelen uit de eerste ronde worden hieraan toegevoegd (artikel 6, derde lid). De aanvraagperiode wordt door de minister vastgesteld en vooraf in de Staatscourant bekendgemaakt (artikel 5, derde lid).
Cumulatie
Artikel 7, eerste lid, onder j: ongeoorloofde cumulatie van staatssteun als bedoeld in artikel 8 AGVV leidt tot afwijzing. Volgens de toelichting mag stapeling van steun voor dezelfde kosten het maximum van 80% voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling door een onderneming niet overschrijden, ongeacht door wie of op grond waarvan de steun wordt verleend; dit geldt bijvoorbeeld ook als een gemeente hetzelfde kennisproject subsidieert. Cofinanciering kan bestaan uit eigen middelen van de uitvoerders of uit een bijdrage van derden, zoals de andere deelnemers van het NBS-team.
Type
Directe subsidie (niet terug te betalen)
Kalender

Deadlines & cycli

Programmaperiode1 oktober 2026 – 30 september 2031
1
DEC
Eerste aanvraagronde opent 1 december 2026
Cyclus: Volgens de toelichting (hoofdlijnen van de regeling) wordt binnen dertien weken na indiening beslist over de verlening, en wordt de vaststellingsaanvraag binnen dertien weken na afronding van het kennisproject ingediend.
Aanvraag

Hoe vraag je aan?

Verdeling
Op volgorde van binnenkomst
Vooraanmelding
Niet nodig
Verplichte bijlagen
  • Projectplan volgens het door de minister beschikbaar gestelde model (artikel 5, vierde lid, onder a)
  • Gespecificeerde begroting volgens het model, met de kosten en de financiering (artikel 5, vierde lid, onder b)
  • Bewijs van steunbetuiging van een NBS-team (artikel 5, vierde lid, onder c)
  • Verklaring geen onderneming in moeilijkheden, met ingevuld beslisschema (artikel 5, vierde lid, onder d)
  • Onderbouwing substantiele vestiging bij een buitenlandse uitvoerder (artikel 5, vierde lid, onder a, onder iii)
Werkwijze
Aanvragen met een digitaal formulier dat de minister beschikbaar stelt (artikel 5, eerste lid); RVO voert de regeling onder mandaat uit (stcrt-2026-30525). Verdeling op volgorde van binnenkomst (artikel 6, tweede lid); bij meer dan twee aanvragen voor hetzelfde landschapstype op een dag bepaalt loting de afhandelvolgorde (artikel 7, tweede lid). Per landschapstype worden per ronde maximaal twee aanvragen toegekend (artikel 7, eerste lid, onder d). Voorschot 90%, lineair uitbetaald over de looptijd (artikel 9). Starten binnen drie maanden na verlening en afronden binnen twee jaar na start; jaarlijks voortgangsverslag (artikel 8, eerste lid). Vaststelling op aanvraag met een model van de minister (artikel 10). De aanvraagperiode van de tweede ronde wordt vooraf in de Staatscourant bekendgemaakt (artikel 5, derde lid).
Subsidiabele kosten

Waar mag het aan besteed worden?

Loonkosten
Subsidiabel: onderzoekers, technici en ondersteunend personeel voor zover zij zich met het project bezighouden (AGVV artikel 25, derde lid, onder a). Uurtarief volgens integrale kostensystematiek, kosten per kostendrager met 50% opslag, of een forfaitair uurtarief van € 80 (artikel 4, zesde lid).
Materialen
Subsidiabel als onderdeel van de andere operationele uitgaven voor materiaal en leveranties die rechtstreeks uit het project voortvloeien (AGVV artikel 25, derde lid, onder e).
Uitbesteding
Subsidiabel: contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden extern worden gekocht of gelicentieerd, en consultancy die uitsluitend voor het project wordt gebruikt (AGVV artikel 25, derde lid, onder d).
Apparatuur
Subsidiabel voor zover en zolang gebruikt voor het project; anders alleen de afschrijvingskosten over de looptijd (AGVV artikel 25, derde lid, onder b).
Grond
Subsidiabel voor zover en zolang gebruikt voor het project: kosten voor commerciele overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten (AGVV artikel 25, derde lid, onder c).
Gebouwen
Subsidiabel voor zover en zolang gebruikt voor het project; alleen de afschrijvingskosten over de looptijd (AGVV artikel 25, derde lid, onder c).
Indirecte kosten
Subsidiabel als bijkomende algemene kosten; als alternatief een vast percentage tot 20% van de kosten onder a tot en met d (AGVV artikel 25, derde lid, onder e).
Reiskosten
Niet subsidiabel
Overige kosten
Overige operationele uitgaven die rechtstreeks uit het project voortvloeien (AGVV artikel 25, derde lid, onder e). Kosten die voor indiening van de aanvraag zijn gemaakt komen niet in aanmerking (artikel 7, eerste lid, onder l).
Bron

Contact & bron

Verstrekker
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Begin je aanvraag

Start je NBS living labs-aanvraag
in Twin.

Twin schrijft je aanvraag mee op basis van de regeling en je eigen projectdocumenten. Jij houdt de regie over elke tekst.